Nieuwsalert per mail ontvangen

Niet elke lawine is hetzelfde

Het woord lawine boezemt bij de meeste mensen angst in. Niet zo gek ook, want elke keer als wij in Nederland van een lawine horen is dat in combinatie met een negatieve gebeurtenis. Krantenkoppen als “Negen doden bij lawine Franse Alpen” en “Opnieuw skiërs omgekomen in lawine” zullen ook dit seizoen waarschijnlijk niet uitblijven. Van de meeste lawines die voorkomen hoor je echter niets. Dagelijks komen in skigebieden vele lawines voor, die lang niet allemaal even desastreus zijn. In dit artikel leg ik uit hoe lawines verschillen in grootte en soort.

Lawinesoorten
Verschillen in lawines kun je herkennen als je goed om je heen kijkt in een skigebied. Een eerste verschil is te zien aan de vorm. Een lawine die smal begint en breed eindigt (omgekeerde v-vorm) wordt een ‘lockerschneelawine’ genoemd. Als je een lawine ziet die vanaf het begin al breed is gestart en ook zo eindigt heb je te maken met een ‘schneebrettlawine’. Zie je nadat de lawine is afgegaan de ondergrond, dan spreek je over een bodemlawine. Is er geen ondergrond te zien dan noem je het een oppervlaktelawine. Het verschil tussen een ‘staublawine’ en ‘fliesslawine’ is aan de sneeuwdikte te herkennen. Is er bovenin het pad van de lawine maar weinig sneeuw te zien en zie je steeds meer sneeuw naarmate je meer naar het einde van het lawine kijkt, dan heb je het over een staublawine. Bij een fliesslawine is het tegenovergesteld het geval en dunt de sneeuw steeds meer uit.

Lawinegroottes
Lawines kunnen ingedeeld worden op grootte en dat gebeurt in vier klassen. Een klasse 1 lawine wordt een “rutscher” genoemd en is de kleinste lawine. Een lawine van deze grootte kan een enkele persoon meenemen en de kans dat die onder de sneeuw terecht komt is klein. De afstand die de lawine aflegt is ongeveer 50 meter. De tweede lawineklasse wordt aangeduid als kleine lawine ofwel skiërslawine. Deze lawine kan een groep mensen verwonden of doden. De lawine is ongeveer 100 meter lang en stopt vanzelf op de helling. Een klasse 3 lawine is een middelgrote lawine die bomen meeneemt en wegen en auto’s bedekt met een laag sneeuw. De middelgrote lawine is ongeveer een kilometer lang en bereikt de voet van de helling. De hoogste lawineklasse 4 is een grote lawine en daar wil je al helemaal niet in de buurt zijn. Een grote lawine vaagt kleine bossen en huizen weg en heeft zoveel vaart dat zelfs vlakke stukken overbrugt worden. Hierdoor kan het dal bereikt worden en soms komt de lawine pas tot stilstaand tegen de berg aan de andere kant van het dal.

Zelf heb ik het genoegen gehad om afgelopen april door mijn eigen stomme schuld in een rutscher terecht gekomen. Gelukkig ben ik er met alleen wat sneetjes en blauwe plekken vanaf gekomen, maar dat had ook anders kunnen aflopen. Volgende week meer over sneeuw- en lawinekunde.


Nieuwsalerts ontvangen?

Schrijf je in