Nieuwsalert per mail ontvangen

Familiebedrijf of Franchise-keten in wintersportdorp?

Waar vroeger de kneuterige eenmanszaken overheersde in de skigebieden, zie je tegenwoordig voornamelijk franchise-ketens met schreeuwende reclameborden in de dorpsstraten. Het lijkt er steeds meer op dat net zoals in Nederland de ambachtswinkels en familiebedrijven langzaam maar zeker zullen verdwijen uit het straatbeeld. Hoe lang zal het duren voordat de traditionele Oostenrijkse winkels met ‘nutteloze’ souveniertjes verdwenen zijn?

Naast de prachtige pistes is het rondlopen door het wintersportdorp een beleving op zich. Heerlijk winkeltjes afstruinen naar spullen die je eigenlijk niet nodig hebt. Met een beetje geluk is de straat bedekt met een dun laagje sneeuw, waardoor je heerlijk de sneeuwschoenen aan kunt trekken en kan genieten van het winterse sfeertje. De witgekleurde bergen op de achtergrond maken het plaatje helemaal compleet en zorgt voor flink wat impulsaankopen. Het leuke aan de traditionele winkels is dat geen een winkel hetzelfde is. Het in traditionele kledendracht oude vrouwtje achter de balie heeft nog nooit gehoord van een ‘automatiseringssysteem’ en schrijft alles handmatig op wit/geel gekleurde briefjes. Het break-even draaien en het goed adviseren van klanten zijn hier de hoogste prioreit. Door het kleinschalige inkoopaantal zijn de jassen vaak iets duurder dan wanneer je het vergelijkt met het internet. Maar maken de sfeer en goede service dit verschil goed?

In veel wintersportdorpen is dit wel anders. Van de 50 winkels zijn 40 winkels onderdeel van een grote franchise-keten waarvan het hoofdkantoor in Amerika zit. Alle winkels zijn hetzelfde ingedeeld en het oude vrouwtje achter de balie is ingeruild voor een verkoper die een landelijke sales training heeft doorlopen en met dagelijkse omzet targets werkt. Bij het vragen van advies voor wintersportkleding worden direct de duurste producten onder je neus gedrukt, omdat hij/zij die desbetreffende dag nog een omzettarget moet ‘inhalen’. Enige vorm van betrokkenheid lijkt ver te zoeken en de echte kennis van de producten is er niet.

De wintersportdorpen worden steeds commercieler en de familiebedrijven lijken hierdoor langzaam weggedrukt te worden. Simpelweg, omdat de grote ketens een veel grotere voorraad hebben en de consument kan profiteren van de lagere prijzen.

Is dit nou wat de consument wil? Een enorme winkel waarbij de voorraad bestaat uit alle kleuren, maten en merken, of gaan we straks weer verlangen naar het kneuterige familiebedrijf waarbij oma, zoon/dochter en kleinkinderen werkzaam zijn in de winkel?

Ik vind het lastig!

Nieuwsalerts ontvangen?

Schrijf je in