Vanuit deze rustige regio in Oostenrijk heb je met één skipas toegang tot 7 skigebieden

Rustige pistes, nauwelijks wachtrijen en indrukwekkende bergen: Osttirol voelt anders dan veel bekende wintersportregio’s in Oostenrijk. Tijdens onze reis verbleven we in Lienz en verkenden we het compacte skigebied Zettersfeld. Toch kun je met dezelfde skipas nog zes andere gebieden ontdekken. Voeg daar de zonnige ligging en de winterse Tristacher See aan toe en je begrijpt waarom we hier graag terugkomen.

In het kort

  • De Ski Hit Osttirol geeft toegang tot zeven verschillende skigebieden
  • Zettersfeld is compact, zonnig en opvallend rustig
  • Lienz combineert wintersport met de sfeer van een kleine stad

Een ander stukje Oostenrijk

Osttirol ligt in het zuiden van Oostenrijk, tegen de Italiaanse grens. De regio wordt van de rest van Tirol gescheiden door hoge bergen en ligt voor een groot deel in Nationaal Park Hohe Tauern. Verspreid over het landschap staan maar liefst 226 bergtoppen hoger dan 3000 meter.

Vanuit Nederland rijd je in ongeveer negen uur naar Lienz. De route voert door de Felbertauerntunnel en vervolgens door een landschap dat steeds ruiger en stiller wordt. Wij rijden het laatste stuk door sneeuw en mist. Jammer voor het uitzicht, maar het zorgt er wel voor dat we direct in de winterstemming komen.

Zeven skigebieden met één skipas

Wie langer dan anderhalve dag gaat skiën, krijgt automatisch de Ski Hit Osttirol. Daarmee heb je toegang tot zeven skigebieden. Vijf daarvan liggen in Osttirol: Großglockner Resort Kals-Matrei, Skizentrum St. Jakob, Zettersfeld bij Lienz, Sillian Hochpustertal en Obertilliach.

Ook de Mölltaler Gletscher en Ankogel in Karinthië horen bij de skipas. De gebieden zijn niet onderling verbonden, maar juist daardoor kun je iedere dag een andere plek ontdekken. Het openbaar vervoer tussen de skigebieden is bij de skipas inbegrepen.

Wij hebben maar twee skidagen en kiezen daarom voor Zettersfeld, direct boven Lienz.

Lienz als uitvalsbasis

Lienz is geen typisch wintersportdorp. Het is een kleine stad met gekleurde gevels, winkels, restaurants en gezellige terrassen. Op de achtergrond rijzen de witte bergen op.

Juist die combinatie bevalt ons goed. Na het skiën hoef je niet direct terug naar je hotel of appartement, maar kun je nog even door het centrum struinen. De sfeer voelt door de zuidelijke ligging bijna een beetje Italiaans. Tegelijkertijd sta je vanuit de stad binnen korte tijd bij de skilift.

Alle ruimte in Zettersfeld

Zettersfeld telt ruim 20 kilometer piste. Dat klinkt misschien niet spectaculair, maar op de berg missen we eigenlijk niets. Er zijn brede afdalingen, een funpark en speciale fun- en racegedeeltes voor kinderen.

Wat vooral opvalt, is de rust. Op de pistes hebben we alle ruimte en bij de liften hoeven we nauwelijks te wachten. De afdalingen zijn bovendien leuk genoeg om meerdere keren te skiën. Soms is het juist prettig om niet voortdurend op een pistekaart te hoeven kijken en gewoon nog een keer dezelfde fijne piste te pakken.

Ook voor gezinnen en beginnende skiërs voelt het gebied prettig aan. We zien verschillende skiklasjes, maar nergens ontstaat de drukte die je in grotere skigebieden rond de oefenweides soms tegenkomt.

Lunchen met uitzicht

Door de open ligging krijg je op Zettersfeld veel zon en kijk je uit over Lienz en de omliggende bergtoppen. Voor de lunch schuiven we aan bij Mecki’s Alm. Geen ingewikkelde culinaire creaties, maar gewoon een goede schnitzel en een terras waarop je gemakkelijk langer blijft zitten dan gepland.

Dat is misschien wel wat Zettersfeld zo fijn maakt. Het gebied is niet groot of spectaculair, maar alles voelt ontspannen. Je skiet een paar mooie afdalingen, neemt rustig de tijd voor de lunch en hoeft nergens in de rij te staan.

Met fakkels langs de Tristacher See

Aan het einde van de middag verruilen we onze skischoenen voor wandelschoenen. Samen met een lokale gids maken we een fakkelwandeling langs de Tristacher See, net buiten Lienz.

Het meer ligt grotendeels in de schaduw en daardoor blijft het landschap hier lang winters. Met de besneeuwde bomen, het donkere water en het licht van de fakkels voelt de wandeling bijna sprookjesachtig. Aan de overkant drinken we bij een vuurtje een warme punch. Een eenvoudige activiteit, maar achteraf wel een van de momenten die ons het meest bijblijven.

Overdag kun je rond het meer wandelen en wanneer de omstandigheden het toelaten, wordt er ook geschaatst.

Ook zonder ski’s genoeg te doen

Osttirol is niet alleen interessant voor alpineskiërs. Je kunt er langlaufen, toerskiën en winterwandelen. In de regio ligt bovendien Kartitsch, het eerste gecertificeerde winterwandeldorp van Oostenrijk. Vanuit het hooggelegen dorp vertrekken tien geprepareerde winterwandelroutes met uitzicht op de Dolomieten en de Karnische Alpen.

Daarmee past de regio goed bij wintersporters die niet iedere dag van de eerste tot de laatste lift op de piste hoeven te staan.

Waarom Osttirol ons bijblijft

Osttirol probeert niet het grootste, modernste of uitbundigste wintersportgebied van Oostenrijk te zijn. Juist de rust, ruimte en afwisseling maken de regio aantrekkelijk.

Wij verkenden tijdens deze reis maar een klein deel. Met nog zes andere skigebieden op dezelfde skipas is er genoeg reden om terug te keren. Maar zelfs alleen de combinatie van Lienz, Zettersfeld en de Tristacher See maakt duidelijk waarom Osttirol nog altijd als een van de rustigere wintersportregio’s van Oostenrijk geldt.

Lees hier het hele reisverslag

Deel dit artikel:

Waar ben je naar op zoek?