Vier grote exploitanten van Amerikaanse skigebieden zijn aangeklaagd wegens vermeende prijsafspraken. Vail Resorts, Alterra Mountain Company, Boyne Resorts en Powdr zouden vertrouwelijke bedrijfsgegevens hebben gedeeld om prijzen van skipassen en liftpassen kunstmatig hoog te houden. De bedrijven zijn nog niet veroordeeld en de beschuldigingen moeten nog door de rechter worden beoordeeld.
In het kort
- Drie skiërs dienden op 5 augustus 2026 een antitrustaanklacht in bij een federale rechtbank in Colorado.
- Volgens de aanklacht stegen de duurste dagpassen bij grote Amerikaanse skigebieden sinds 2020 met meer dan 55%.
- De zaak moet nog als collectieve rechtszaak worden toegelaten en de vermeende prijsafspraken zijn niet bewezen.
Zes partijen aangeklaagd
De zaak draait om Vail Resorts, Alterra Mountain Company, Boyne Resorts en Powdr. Deze vier bedrijven exploiteren of vertegenwoordigen via hun skipassen een groot deel van de bekendste skigebieden in de Verenigde Staten.
Ook onderzoeksbureau RRC Associates en de National Ski Areas Association (NSAA) zijn aangeklaagd. De drie skiërs die de zaak begonnen, willen namens duizenden Amerikaanse wintersporters een collectieve rechtszaak voeren. De aanklacht werd op 5 augustus 2026 ingediend bij de federale rechtbank in Colorado.
Vertrouwelijke informatie gedeeld
Volgens de 84 pagina’s tellende aanklacht deelden de skibedrijven sinds ten minste januari 2020 vertrouwelijke gegevens met RRC Associates. Het zou onder meer gaan om prijzen, inkomsten, kosten, capaciteit, bezoekersaantallen, skiverhuur en skilessen.
RRC zou deze gegevens hebben verwerkt in rapporten die binnen de branche werden verspreid. Volgens de aanklagers kregen concurrerende bedrijven hierdoor inzicht in elkaars prestaties en prijsstrategie. Het onderzoeksbureau zou de verzamelde informatie bovendien hebben gebruikt om skigebieden over hun tarieven te adviseren.
De eisers stellen dat de bedrijven op deze manier minder met elkaar hoefden te concurreren en prijzen kunstmatig hoog konden houden. Het gaat voorlopig alleen om beschuldigingen: de rechter heeft nog niet vastgesteld dat daadwerkelijk verboden prijsafspraken zijn gemaakt.
Dagpassen ruim 55% duurder
In de aanklacht wordt gewezen op de sterke stijging van de duurste dagpassen bij verschillende grote skigebieden. Sinds 2020 zouden de tarieven tijdens drukke periodes bij de belangrijkste resorts met meer dan 55% zijn gestegen. Zo zou de maximale prijs van een dagpas in Vail zijn toegenomen van 219 naar 356 dollar. In Park City steeg het genoemde tarief van 209 naar 351 dollar, in Steamboat van 215 naar 339 dollar en in Big Sky van 181 naar 285 dollar.
Het gaat hierbij om hoge kassatarieven tijdens populaire dagen. Wintersporters die vroeg online boeken of een seizoenspas zoals de Epic Pass of Ikon Pass kopen, betalen doorgaans minder per skidag.
Ook dynamische prijzen onder de loep
De aanklagers wijzen daarnaast op Aspenware, een platform waarmee skigebieden onder meer online boekingen en dynamische prijzen beheren. Alterra, Boyne en Powdr maken volgens de aanklacht allemaal gebruik van dit systeem.
Bij dynamische prijsstelling verandert de prijs van een liftpas op basis van bijvoorbeeld de datum, verwachte drukte en vraag. Het gebruik van zo’n systeem is op zichzelf niet verboden. De eisers stellen echter dat het gedeelde platform de vermeende uitwisseling van informatie eenvoudiger en efficiënter maakte. Vail Resorts gebruikt volgens de aanklacht een eigen systeem voor dynamische prijzen.
Amerikaanse skimarkt sterk geconcentreerd
De eisers stellen dat er ongeveer 485 actieve skigebieden in de Verenigde Staten zijn, maar dat slechts 32 daarvan als grote bestemming voor een meerdaagse wintersportvakantie kunnen worden beschouwd. Deze gebieden zouden samen het merendeel van alle skidagen in het land voor hun rekening nemen. Vail Resorts en Alterra spelen daarin een belangrijke rol. Vail verkoopt de Epic Pass, terwijl Alterra eigenaar is van de Ikon Pass. Ook verschillende skigebieden van Boyne en Powdr zijn aangesloten bij de Ikon Pass.
Volgens de aanklagers hebben de vier skibedrijven samen een marktaandeel van meer dan 81% binnen dit specifieke segment. Ook dat percentage komt uit de aanklacht en is nog niet door de rechter bevestigd.
Nog geen inhoudelijke reactie
Vail Resorts, Alterra, Boyne, Powdr en RRC Associates hadden op het moment van de eerste berichtgeving nog niet inhoudelijk op de nieuwe beschuldigingen gereageerd. De NSAA liet weten op de hoogte te zijn van de zaak en de aanklacht te bestuderen. Reuters meldde dat er toen nog geen advocaten namens de aangeklaagde partijen bij de rechtbank waren geregistreerd. De rechtbank moet eerst bepalen of de zaak als collectieve rechtszaak mag doorgaan. Daarna krijgen de aangeklaagde partijen de gelegenheid om uitgebreid op de beschuldigingen te reageren.
Tweede antitrustzaak in enkele maanden
Het is de tweede grote antitrustzaak tegen Vail Resorts en Alterra in korte tijd. In maart 2026 werden de bedrijven al aangeklaagd vanwege de manier waarop zij toegang tot verschillende skigebieden bundelen in de Epic Pass en Ikon Pass.
In die eerdere zaak stellen skiërs dat hoge prijzen voor losse dagpassen klanten richting een dure seizoenspas dwingen. Vail en Alterra ontkennen dat zij met deze constructie de Amerikaanse antitrustwetgeving overtreden. Een verzoek om die zaak te laten verwerpen is nog in behandeling. De nieuwe zaak staat hier los van. Die richt zich vooral op de vermeende uitwisseling van vertrouwelijke gegevens en het mogelijk gezamenlijk beïnvloeden van prijzen.
Wat betekent dit voor wintersporters?
Voorlopig verandert er niets aan de verkoop of prijsstelling van Amerikaanse liftpassen. Er is nog geen uitspraak en de zaak bevindt zich in een zeer vroeg stadium. Als de rechter de collectieve rechtszaak toestaat, kunnen mogelijk duizenden wintersporters zich bij de zaak laten vertegenwoordigen. De eisers vragen onder meer om een schadevergoeding en maatregelen die toekomstige uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie moeten voorkomen.












