“We hebben het geld niet”: schuld bedreigt Frans skigebied

Het Franse skigebied Métabief in de Jura moet een naheffing van € 650.000,- betalen aan de socialezekerheidsinstantie Urssaf. De rekening komt voort uit een controle uit 2019 en dook dit voorjaar opnieuw op nadat het beheerorgaan een hoger beroep verloor. Volgens de bestuurders bedreigt het bedrag de plannen van het gebied, dat de laatste jaren juist inzet op zomertoerisme.

In het kort

  • Métabief (Doubs, in de Jura) moet € 650.000,- betalen aan de Urssaf.
  • De naheffing gaat terug op een controle uit 2019 over verlaagde werkgeverspremies.
  • Het gaat om € 600.000,- aan naheffing plus € 50.000,- aan boetes.
  • Het beheerorgaan SMMO won eerst, maar verloor dit jaar het hoger beroep.
  • SMMO stapt naar het Franse hooggerechtshof, maar moet intussen wel betalen.

Naheffing gaat terug op controle uit 2019

De zaak begon in 2019, toen de Urssaf, de Franse instantie die sociale premies int, een routinecontrole uitvoerde bij het skigebied. Zulke controles gaan gebruikelijk over de drie voorgaande boekjaren. De Urssaf oordeelde dat Métabief onterecht gebruik had gemaakt van kortingen op de werkgeverspremies voor lage lonen, in Frankrijk bekend als de zogeheten ‘réductions Fillon’.

De rekening kwam neer op € 600.000,- aan naheffing, plus € 50.000,- aan boetes. Het Syndicat mixte du Mont d’Or (SMMO), dat het skigebied en de schansen van Chaux-Neuve beheert, stapte naar de rechter en kreeg in eerste aanleg gelijk. De Urssaf ging in hoger beroep en won die zaak dit jaar alsnog.

Hooggerechtshof, maar betalen kan niet wachten

Het SMMO legt zich er niet bij neer. “We vinden dat we in ons recht staan, daarom stappen we naar het Cassatiehof”, aldus voorzitter Philippe Alpy. Dat beroep schort de uitspraak van het hof van beroep echter niet op, waardoor het skigebied nu moet betalen.

Volgens Alpy heeft het SMMO het geld simpelweg niet. “On n’a pas les sommes” – we hebben de bedragen niet, zegt hij onomwonden. Het beheerorgaan heeft daarom om een gespreide betaling gevraagd.

Investeringen liggen stil

Het vervelende is dat het financieel juist net iets beter ging. Het winterseizoen 2025/2026 sloot voor het eerst in jaren met een sluitende begroting, ondanks lastige sneeuwomstandigheden. “Het SMMO houdt zich maar net boven water”, aldus Alpy. Om de rekening te betalen zou het gebied kunnen lenen, maar dat legt volgens hem de investeringsruimte plat.

Die investeringen zijn belangrijk, omdat Métabief bezig is met een ingrijpende omschakeling. Het gebied ligt tussen de 900 en 1400 meter hoogte en krijgt steeds minder sneeuw. Enkele jaren geleden besloten de lokale bestuurders om niet langer te investeren in nieuwe liften; vier stoeltjesliften zouden vervangen moeten worden, samen goed voor zo’n € 15 miljoen. In plaats daarvan zet het gebied in op de zomer, met activiteiten als mountainbiken en trailrunning.

Als onderdeel van die keuze sloot Métabief het sectorgedeelte Piquemiette, goed voor 30% van het skigebied. “We zijn een deugdzaam proces begonnen richting een nieuw model, waarbij een skigebied in de zomer net zoveel bezoekers heeft als in de winter”, aldus Alpy. “Dat is een langdurig proces.”

Wat de wintersporter merkt

Voor wie een wintersportvakantie naar de Jura overweegt, verandert er op korte termijn niets aan de pistes of openingstijden: het gaat om een financiële kwestie, geen directe sluiting. Wel raakt de naheffing precies het geld dat het gebied nodig heeft om zijn toekomstplannen te financieren. “Ofwel we stoppen omdat we geen oplossing vinden, ofwel we gaan door met de investeringen”, vat Alpy samen. “Dit brengt het skigebied serieus in de problemen.”

Hoe nu verder

Als laatste optie klopt het SMMO aan bij zijn financiers. Alpy wijst erop dat het skigebied een erkende motor is voor het toerisme in de regio en volgens hem tot € 30 miljoen per jaar oplevert voor het gebied. Het cassatieberoep loopt nog; een uitkomst daarvan is voorlopig niet bekend. Tot die tijd moet het gebied de naheffing hoe dan ook betalen.

Deel dit artikel:

Waar ben je naar op zoek?