Zwitserse onderzoeksinstellingen en skibond Swiss-Ski ontwikkelen samen een virtuele windtunnel voor skiërs, voorlopig Digitaler Windkanal genoemd. Het systeem gebruikt kunstmatige intelligentie en camera’s in plaats van echte luchtstroom, met als doel aerodynamische training betaalbaar te maken voor jonge atleten. De testfase loopt tot oktober 2026.
In het kort:
- Zwitserse instellingen ontwikkelen een virtuele windtunnel voor skiërs, de Digitaler Windkanal.
- In plaats van echte wind gebruikt het systeem camera’s en AI om de luchtweerstand van de skiër te berekenen.
- De testfase begon eind mei 2026 op het Sport-Gymnasium Davos, met 17 jonge atleten.
- De studie loopt tot oktober 2026; ook Wereldbekerskiër Stefan Rogentin deed aan de eerste tests mee.
- Een echte windtunnel kost tussen de € 1000,- en € 3000,- per uur.
- Swiss-Ski wil het systeem plaatsen in zijn drie nationale talentencentra: Brig, Davos en Engelberg.
Wie zit erachter
Aan het project werken de Fachhochschule Graubünden (FH Graubünden), de Universiteit van Bern en de nationale skibond Swiss-Ski samen. De testfase startte eind mei 2026 op het sportinstituut Sport-Gymnasium Davos, waar een groep van 17 jonge atleten meedoet aan een technische studie die tot oktober 2026 loopt. Ook Wereldbekerskiër Stefan Rogentin nam deel aan de eerste tests om te controleren of de digitale omgeving realistisch reageert.
Het algoritme vervangt de wind
De grootste vernieuwing zit in het volledig wegvallen van de fysieke luchtstroom. In een klassieke windtunnel blazen grote turbines lucht met snelheden die 100 km/u kunnen overschrijden, terwijl sensoren de weerstand van de sporter meten. De Digitaler Windkanal draait dat proces om. De atleet gaat met wedstrijdski’s en -schoenen op een vast platform staan, voor een groen scherm.
Een netwerk van hogesnelheidscamera’s registreert continu de contour en de hoeken van de gewrichten. De kunstmatige intelligentie verwerkt die beelden direct via modellen voor geometrisch zicht en een vereenvoudigde vorm van stromingsleer. De software berekent zo de luchtweerstandscoëfficiënt die bij de exacte houding hoort.
Het resultaat verschijnt meteen op een scherm voor de skiër. Op een grafiek is te zien hoe de weerstand verandert bij elke beweging: gaan de schouders omhoog of staan de ellebogen een paar millimeter verder uit elkaar, dan loopt de geschatte weerstand direct op. De sporter kan zijn houding daardoor op datzelfde moment bijstellen.
Waarom dit de kosten moet drukken
Echte windtunnels, zoals de lucht- en ruimtevaartinstallatie van RUAG in Emmen of het op de auto-industrie gerichte centrum van Pininfarina in Italië, zijn duur in gebruik. De huur ligt tussen de € 1000,- en € 3000,- per uur, afhankelijk van de gevraagde windsnelheid en de technische ondersteuning. Die tarieven maken windtunnels feitelijk alleen bereikbaar voor topskiërs met sterke persoonlijke sponsors of grote nationale teams. Jongeren uit lagere categorieën vallen buiten de boot.
Het digitale systeem heeft geen krachtige ventilatiemotoren nodig en is eenvoudiger te onderhouden. Swiss-Ski wil de techniek daarom decentraliseren en als standaarduitrusting plaatsen in de drie nationale prestatiecentra voor jonge talenten: Brig, Davos en Engelberg. Zo zou er het hele jaar door getraind kunnen worden, zonder afhankelijkheid van het weer of dure reizen naar installaties.
Geen nieuwe aanpak in de topsport
Het vervangen van fysieke tests door virtuele omgevingen is niet nieuw in de topsport. In het wielrennen worden al jaren driedimensionale scans en computationele stromingsleer (CFD) gecombineerd om de houding op de tijdritfiets te verfijnen. Ook in de autosport en de Formule 1 wordt met soortgelijke technieken gewerkt.
Hoe het verdergaat
De studie in Davos loopt nog tot oktober 2026. Pas daarna wordt duidelijk hoe betrouwbaar het systeem in de praktijk is en of het inderdaad breed wordt uitgerold in de talentencentra in Brig, Davos en Engelberg.












