El Niño 2026/2027 groeit uit tot mogelijk recordsterk: wat betekent dat voor de Alpen?

El Niño versterkt zich sneller dan verwacht en groeit mogelijk uit tot het krachtigste exemplaar ooit gemeten. Toch betekent dat voor Europese skigebieden niet automatisch een sneeuwrijke winter. De invloed op de Alpen is veel indirecter dan in Noord-Amerika en kan gedurende het seizoen zelfs veranderen: een zachte, wisselvallige start en een koudere tweede winterhelft behoren allebei tot de mogelijkheden.

Update: 18 augustus 2026
Oorspronkelijke artikel gepubliceerd: 24 juli 2026

In het kort:

  • NOAA heeft de kans op een zeer sterke El Niño voor oktober tot en met december bijgesteld van 81% naar 95%.
  • Er is 69% kans dat de temperatuurafwijking in de Stille Oceaan boven +2,5°C uitkomt – een niveau dat alle voorgaande El Niño-events sinds 1950 zou overtreffen.
  • De invloed van El Niño op Europa is indirect en minder voorspelbaar dan in Noord-Amerika.
  • Noordwest-Europa krijgt tijdens El Niño gemiddeld vaker een zachte, natte en winderige start van de winter. Aan het einde van de winter neemt juist de kans op rustiger en kouder weer iets toe.
  • De laatste zeer sterke El Niño bracht de Alpen in 2015/2016 geen constante sneeuwrijkdom.

Kans op zeer sterke El Niño loopt op

El Niño is inmiddels officieel aanwezig. Het zeewater in het centrale en oostelijke deel van de tropische Stille Oceaan is warmer dan normaal en ook de atmosfeer reageert duidelijk op deze opwarming. Volgens de meest recente NOAA-update van 14 augustus 2026 is El Niño aan het versterken, met een kans van meer dan 90% op een zeer sterk event tijdens de herfst en winter van 2026-2027. De kans op een zeer sterke El Niño voor oktober tot en met december is gestegen naar 95%. Er is daarnaast 69% kans dat de Relative Oceanic Niño Index boven +2,5°C uitkomt – een waarde die alle voorgaande El Niño-events in de NOAA-meetreeks sinds 1950 zou overtreffen.

De mediaanverwachting van NOAA voor de RONI in oktober tot en met december ligt op +2,66°C, met de middelste 50% van de modelberekeningen tussen +2,37°C en +2,95°C. Voor december tot en met februari daalt de mediaan naar +2,23°C, maar blijft daarmee nog steeds in de categorie ‘zeer sterk’.

Ook de Europese klimaatdienst Copernicus wees in haar meest recente update van 10 juli 2026 op verdere versterking, waarbij de gemiddelde modelverwachting rond of zelfs boven de hoogste waarden ligt die in de afgelopen decennia zijn gemeten. De populaire term ‘super El Niño’ is overigens geen officiële wetenschappelijke categorie. Meestal wordt deze gebruikt wanneer de temperatuurafwijking boven +2°C uitkomt.

Geen eenvoudige sneeuwvoorspelling voor Europa

Voor Amerikaanse skigebieden is de invloed van El Niño vaak duidelijker terug te zien in de gemiddelde ligging van stormbanen. In Europa ligt dat veel ingewikkelder. Volgens het Europese weercentrum ECMWF moet de invloed vanuit de Stille Oceaan via verschillende stappen worden doorgegeven aan de atmosfeer boven de Atlantische Oceaan en Europa. Tegelijkertijd spelen onder meer de temperatuur van de Atlantische Oceaan, het zee-ijs, de straalstroom en regionale hogedrukgebieden een belangrijke rol. Daardoor zijn seizoensverwachtingen voor Europa minder betrouwbaar dan voor Noord-Amerika en de tropen.

Météo-France benadrukt eveneens dat het El Niño-signaal in Europa veel zwakker is dan de algemene opwarming van het klimaat. NOAA waarschuwt zelf dat zelfs een zeer sterk event niet overal de verwachte effecten zal produceren. Een sterke El Niño betekent voor de Alpen dus niet automatisch veel sneeuw – en evenmin een garantie op een zachte of sneeuwarme winter.

Zachte start, mogelijk koudere tweede helft

Toch zijn er patronen die tijdens eerdere El Niño-winters wat vaker voorkwamen. Het Britse Met Office ziet voor Noordwest-Europa een verhoogde kans op zachter, natter en windrijker weer in de herfst en het begin van de winter. Later in de winter kan het patroon omslaan. El Niño wordt gemiddeld vaker in verband gebracht met rustiger en kouder weer in Noordwest-Europa in januari en februari.

Dat verschil binnen één winter is belangrijk. Wanneer de volledige periode van december tot en met februari wordt gemiddeld, kunnen een zachte start en een koudere afsluiting elkaar grotendeels opheffen.

Voor de Alpen hangt vervolgens alles af van de precieze luchtstroming. Een vochtige west- of noordwestelijke stroming kan veel sneeuw opleveren, mits de sneeuwgrens laag genoeg ligt. Bij dezelfde hoeveelheid neerslag en hogere temperaturen valt op lagere hoogtes juist regen.

Wat zeggen de Europese modellen nu?

In de meest recente Copernicus-update van 10 augustus 2026 worden de temperatuursignalen bevestigd en deels aangescherpt. Voor vrijwel heel Europa – met uitzondering van de meest oostelijke en noordelijke delen – blijft de kans verhoogd dat temperaturen de 80ste percentiel van de historische verdeling overschrijden.

Voor neerslag zijn de signalen voor Europa minder eenduidig dan voor de tropen. Er zijn signalen voor een natter dan gemiddelde herfst in zuidelijke en westelijke delen van Europa, maar de onzekerheid in de verwachting is hier groter en de voorspelkwaliteit lager dan in tropische regio’s. Voor de Alpen en Centraal-Europa betekent dit dat het neerslagsignaal voorzichtiger moet worden geïnterpreteerd dan in eerdere updates werd gesuggereerd.

Het zachte temperatuursignaal staat daarmee steviger dan het neerslagsignaal. Of meer neerslag ook daadwerkelijk als sneeuw valt, hangt af van de sneeuwgrens – en die wordt mede bepaald door diezelfde hogere temperaturen. Pas in de herfst ontstaat een duidelijker beeld van de luchtdrukverdeling boven de Atlantische Oceaan en Europa.

Zo verliep de vorige zeer sterke El Niño in de Alpen

De El Niño van 2015/2016 behoorde tot de krachtigste ooit gemeten. Voor de Europese Alpen werd het echter geen winter met onafgebroken sneeuwval. December 2015 verliep in de Zwitserse bergen uitzonderlijk warm en droog. Op hooggelegen meetstations lag de temperatuur 4 tot 6°C boven het gemiddelde. In delen van Engadin waren zonnige hellingen aan het einde van december tot bijna 3000 meter hoogte sneeuwvrij.

De langverwachte sneeuw kwam pas vanaf begin januari. Vooral het westen van Zwitserland profiteerde toen van zware sneeuwval. In delen van Wallis lag de sneeuwhoogte halverwege januari zelfs boven het gemiddelde. De winter bleef echter zeer wisselvallig. Eind januari regende het plaatselijk tot boven 2500 meter hoogte. De periode van november tot en met april eindigde in Zwitserland als de op één na warmste sinds het begin van de metingen in 1864.

De vorige zeer sterke El Niño leverde dus zowel sneeuwarme zachte perioden als forse sneeuwval op. Zelfs binnen de Alpen waren de verschillen groot – en de verwachte kracht van de huidige El Niño overtreft die van 2015/2016 mogelijk nog.

Westelijke Alpen mogelijk anders dan oostelijke Alpen

Een betrouwbare verdeling tussen de Franse, Zwitserse, Italiaanse en Oostenrijkse Alpen is nu nog niet te maken. De winter van 2015/2016 laat wel zien dat regionale verschillen groot kunnen zijn. Het westen van Zwitserland kreeg toen na Nieuwjaar veel meer sneeuw dan delen van Graubünden en Ticino. Dat had vooral te maken met de exacte stormbaan en niet alleen met El Niño.

Ook komende winter kan een kleine verschuiving van de straalstroom het verschil maken tussen veel sneeuw in Frankrijk en Wallis, een zuidkantdump in Italië of juist een sneeuwrijke noordkant van Oostenrijk. Zulke details worden meestal pas enkele dagen tot weken vooraf duidelijk.

Sneeuwverwachting voor het seizoen 2026/2027?

De ontwikkeling van El Niño is belangrijk voor de winterverwachting, maar vormt slechts één deel van de puzzel. Op dit moment is vooral duidelijk dat de kans op een recordsterke El Niño groter is dan ooit eerder gemeten – en dat Europa mogelijk een zachte en wisselvallige start van de winter tegemoetgaat.

Voor wintersporters is dat nog geen reden om bepaalde Alpenlanden af te schrijven of juist als sneeuwzekere winnaar aan te wijzen. Hooggelegen skigebieden hebben bij zachte en vochtige omstandigheden doorgaans een voordeel, terwijl lage dalafdalingen gevoeliger zijn voor een hoge sneeuwgrens. De volgende officiële NOAA-update verschijnt op de tweede donderdag van september 2026. Dan worden de verwachtingen voor de vroege winter duidelijker. De seizoensverwachtingen voor januari, februari en maart krijgen pas later in de herfst meer waarde.

Deel dit artikel:

Waar ben je naar op zoek?