© Skiinformatie.nl

Alpenwinter 2025/2026 bij de vijf sneeuwarmste sinds 1991

De Alpen hebben opnieuw een opvallend sneeuwarme winter achter de rug. Dat blijkt uit de gezamenlijke klimaatanalyse van de Duitse weerdienst (DWD), MeteoSchweiz en GeoSphere Austria. Het winterhalfjaar van november 2025 tot en met april 2026 verliep niet alleen te zacht, maar ook uitzonderlijk droog. De gemiddelde sneeuwhoogtes in de Alpen van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland behoren daardoor tot de vijf laagste sinds 1991.

In het kort:

  • Winter 2025/2026 was gemiddeld 1,1 graden warmer dan normaal.
  • De noordelijke Alpen beleefden de op één na droogste winter sinds 1991.
  • In de zuidelijke Alpen was het zelfs de droogste winter in ruim 30 jaar.
  • De gemiddelde sneeuwhoogtes behoren tot de vijf laagste sinds 1991.
  • Van december tot begin februari viel lokaal tot 70% minder neerslag.
  • Februari bracht tijdelijk veel sneeuw, maar dat was onvoldoende om het tekort goed te maken.

Opnieuw opvallend weinig sneeuw in de Alpen

Voor wintersporters voelde het seizoen op veel plaatsen wisselvallig aan. Hoewel hooggelegen skigebieden dankzij sneeuwkanonnen en enkele sneeuwrijke periodes vaak goede pistecondities konden bieden, bleef natuurlijke sneeuw op veel plekken schaars.

Volgens de klimaatdiensten waren de gemiddelde sneeuwhoogtes in het Alpengebied een van de laagste van de afgelopen decennia. Daarmee zet de trend van sneeuwarme winters zich verder voort. De temperatuur lag gemiddeld 1,1 graden boven het klimaatgemiddelde van 1991-2020. Dat is iets minder warm dan het winterhalfjaar 2024/2025, maar nog steeds duidelijk bovengemiddeld.

Extreem droge maanden midden in de winter

Vooral de periode van december tot begin februari springt eruit. Juist tijdens deze cruciale fase van het skiseizoen viel in grote delen van de Alpen veel minder neerslag dan normaal. Regionaal liep het tekort op tot maar liefst 70 procent.

Daardoor ontbrak op veel plaatsen de natuurlijke basis voor een stevig sneeuwdek. In de noordelijke Alpen werd het uiteindelijk de op één na droogste winter sinds 1991. In de zuidelijke Alpen was het zelfs de droogste winter van de volledige meetreeks.

Sneeuwrijke februari kon tekort niet wegwerken

Halverwege februari veranderde het weerbeeld tijdelijk. Tussen 10 en 24 februari viel in verschillende delen van de Alpen juist opvallend veel sneeuw en regen. In regio’s als Wallis, Graubünden, Oost-Tirol en van de Lechtaler Alpen tot aan de Chiemgauer Alpen werd zelfs 75 tot 150 procent meer neerslag gemeten dan normaal voor die periode. Toch bleek deze sneeuwrijke fase onvoldoende om het opgebouwde tekort weg te werken.

Daarna volgde opnieuw een droge aprilmaand, waardoor de sneeuwhoogtes aan het einde van het winterhalfjaar nog altijd uitzonderlijk laag waren.

Veel zon op de berg, mist in de dalen

Een ander opvallend kenmerk van de winter waren de vele inversieweerlagen. Daarbij blijft koude lucht gevangen in de dalen, terwijl het hogerop juist zacht, zonnig en helder is. Voor wintersporters betekende dit regelmatig prachtige skidagen boven de wolken. In de dalen zorgde het echter voor langdurige mist, Hochnebel en een ophoping van luchtvervuiling.

Bij het meetstation Klagenfurt/Villacher Alpe werden in de afgelopen twee winters respectievelijk 27 en 30 dagen met mist of Hochnebel geregistreerd. Het langjarig gemiddelde ligt op slechts 17,3 dagen.

Dit beeld zagen we afgelopen skiseizoen vaak: Hochnebel

Lees hier hoe Hochnebel ontstaat ›››

Opnieuw noorderlicht boven de Alpen

Naast het sneeuwtekort zorgde de winter ook voor bijzondere natuurverschijnselen. Door meerdere krachtige zonnestormen werden tussen november en januari regelmatig geomagnetische stormen geregistreerd.

Vooral op 19 januari 2026 was de activiteit uitzonderlijk sterk. Daardoor konden op verschillende plaatsen in de Alpen spectaculaire noorderlichten worden waargenomen. Eind maart werd er ook nog een zwakkere geomagnetische storm geregistreerd, net zoals halverwege november 2025.

Alpen warmen sneller op dan veel andere regio’s

Volgens de onderzoekers zijn de gevolgen van klimaatverandering in de Alpen sterker zichtbaar dan in veel andere Europese regio’s. Minder sneeuw, terugtrekkende gletsjers en toenemende hitte in de zomer zijn ontwikkelingen die steeds duidelijker merkbaar worden.

De onderzoekers benadrukken daarom het belang van internationale samenwerking binnen het Alpengebied. Klimaatverandering stopt immers niet bij landsgrenzen en raakt de volledige Alpenregio.

Bekijk hier het complete onderzoek, inclusief tabellen en grafieken ›››

Hoogte en technische sneeuw steeds belangrijker

Voor wintersporters laat deze winter opnieuw zien hoe belangrijk hoogte en sneeuwproductie zijn geworden. Hooggelegen skigebieden konden ondanks de droge winter vaak goede omstandigheden bieden, terwijl lager gelegen gebieden meer afhankelijk waren van kunstsneeuw en kortdurende sneeuwperiodes.

De analyse onderstreept bovendien dat enkele sneeuwrijke weken niet automatisch een hele winter redden. Als de langdurige sneeuwval in de kern van het seizoen uitblijft, is dat later vaak moeilijk nog volledig goed te maken.

Deel dit artikel:

Waar ben je naar op zoek?