De Oostenrijkse Doppelmayr Group heeft in de periode van februari 2025 tot en met januari 2026 wereldwijd liefst 84 nieuwe installaties opgeleverd. Daarmee blijft het concern vrijwel op hetzelfde hoge niveau als een jaar eerder, toen 85 nieuwe projecten werden afgerond. Vooral de investeringen in de Alpen springen eruit, wintersporters in onder meer Ischgl, Sölden en Kappl merkten de gevolgen van die investeringsgolf direct op de berg.
In het kort:
- Doppelmayr leverde wereldwijd 84 nieuwe installaties op tussen februari 2025 en januari 2026.
- Europa voert de lijst aan met 55 nieuwe projecten, gevolgd door Noord-Amerika met 17.
- In de Alpen werden 44 nieuwe installaties gerealiseerd, dertien meer dan een jaar eerder.
Europa blijft de motor van de liftbouw
Van de 84 nieuwe installaties kwamen er 55 in Europa terecht. Noord-Amerika volgt met 17 projecten, terwijl Azië goed was voor 8 nieuwe installaties. In Oceanië werden 3 projecten opgeleverd en in Zuid-Amerika 1. Opvallend is vooral de sterke groei in het Alpengebied. Daar werden dit keer 44 nieuwe installaties gerealiseerd, tegen 31 een jaar eerder.
Dat zegt iets over de investeringsdrang in de wintersport. Niet alleen oude liften worden vervangen, ook capaciteit, comfort en automatisering spelen een steeds grotere rol. De focus ligt daarbij duidelijk op sneller vervoer, kortere wachttijden en meer veiligheid.
Oostenrijkse skigebieden zetten in op techniek
Voor Nederlandse wintersporters zijn vooral de projecten in Oostenrijk interessant. In Ischgl gingen de nieuwe 8-persoons stoeltjesliften Höllboden en Sassgalun in gebruik. Beide liften zijn uitgerust met stoelverwarming, beschermkappen en slimme technologie die met camera’s en sensoren controleert of passagiers goed zitten. Bij afwijkingen kan het systeem automatisch ingrijpen.
Ook Sölden investeerde stevig. Daar kwamen de nieuwe 8-persoons stoeltjesliften Silberbrünnl en Einzeiger in bedrijf. Die vervoeren respectievelijk tot 3800 en 4000 personen per uur en moeten de doorstroming op twee belangrijke delen van het skigebied verbeteren. In Kappl kreeg de heropgebouwde Diasbahn een nieuw leven als 10-persoons gondellift, terwijl in See de lift Familienglück werd vernieuwd.

Nieuwe primeurs in Zwitserland en Parijs
Buiten Oostenrijk sprongen vooral twee projecten in het oog. In Hoch-Ybrig in Zwitserland opende met de verbinding Weglosen–Seebli de eerste lift ter wereld met het nieuwe TRI-Line-systeem. Die techniek moet de kloof overbruggen tussen een klassieke gondellift en een 3S-lift en combineert windstabiliteit met compacte stations. In Frankrijk ging dan weer de Câble C1 in de regio Parijs open, volgens Doppelmayr de langste stedelijke kabelbaan van Europa. Die 4,5 kilometer lange verbinding met vijf stations moet dagelijks meer dan 11.000 reizigers vervoeren en laat zien dat kabelbanen steeds vaker ook buiten de wintersportwereld worden ingezet.
Meer comfort, meer automatisering
Wat opvalt in vrijwel alle nieuwe projecten is de nadruk op automatisering. Systemen als AURO en AURO Assist duiken steeds vaker op bij nieuwe stoeltjes- en gondelliften. Daarmee kunnen exploitanten delen van het proces automatisch laten bewaken, bijvoorbeeld bij het instappen of in het bergstation.
Daarnaast kiezen veel skigebieden voor grotere cabines, hogere capaciteit en meer comfort. Stoelverwarming, beschermkappen, panoramaruiten en aangepaste voorzieningen voor fietsers en voetgangers worden steeds vaker standaard. Dat is niet alleen interessant voor wintersporters, maar ook voor gebieden die sterker willen inzetten op zomergebruik.
Alpen blijven investeren
Dat er in de Alpen in één jaar tijd 44 nieuwe installaties zijn opgeleverd, onderstreept dat de concurrentie tussen skigebieden onverminderd groot blijft. Wie gasten wil trekken, moet blijven investeren in moderne infrastructuur. Het gaat dan niet alleen om nieuwe liften, maar ook om duurzaamheid, hergebruik van materiaal en systemen die het hele jaar door inzetbaar zijn.
Voor wintersporters betekent dat vooral één ding: meer comfort en vaak minder wachttijd. Maar achter die modernisering zit ook een bredere ontwikkeling. Skigebieden willen efficiënter werken, hun energieverbruik verlagen en hun aanbod beter spreiden over winter en zomer.












