Welke skigebieden liggen in de Noord-Alpen en welke in de Zuid-Alpen of West-Alpen?

In het weerbericht gaat het vaker over Noord-Alpen, West-Alpen en Zuid-Alpen of de noordelijke, westelijke en zuidelijke kant van de Alpen, maar wat betekent dit eigenlijk? En welke skigebieden liggen aan welke kant van de Alpen? Dat is toch wel handig om te weten als je het weerbericht voor je wintersport aan het doorlezen bent. Want behoort je favoriete skigebied nu tot de Noord-Alpen, de West-Alpen of tot de Zuid-Alpen? Op deze pagina leggen we het je haarfijn uit.

De Alpenhoofdkam

De Alpenhoofdkam is de lijn met hoogste toppen van de Alpen. Deze vormt voor het weer een belangrijke lijn. Aan de ene kant van de Alpen kan het bijvoorbeeld onwijs sneeuwen, terwijl het aan de andere kant droog is. Zo is te verklaren dat vaak als het in Oostenrijk (Noord-Alpen) sneeuwt, dat niet zo is in Italië (Zuid-Alpen). De Alpenhoofdkam fungeert als een soort weerscheiding, wat betekent dat het een belangrijke rol speelt bij het bepalen van het weer in de Alpenregio. Wanneer weersfronten loodrecht op de Alpenhoofdkam botsen, heeft dit het grootste effect.

Om het simpel te houden: als de wind vanuit het noorden, noordwesten of noordoosten waait, profiteren de noordelijke Alpen daarvan. Waait de wind echter vanuit het zuiden, dan zijn het de zuidelijke Alpen die hiervan profiteren. Bij westelijke winden hebben met name de Franse Alpen (West-Alpen) het meeste voordeel.

Hoe kan het weer zo verschillen in de bergen?

De Alpenhoofdkam bepaalt welke luchtstroom waar beland. Het fungeert als een barrière voor luchtstromen die vanuit verschillende richtingen komen. Wanneer vochtige lucht tegen de Alpenhoofdkam botst, wordt deze omhoog geduwd. Tijdens dit proces koelt de lucht af, wat resulteert in de vorming van bewolking en neerslag aan de loefzijde van de bergen. Na het passeren van de Alpenhoofdkam, daalt de lucht aan de lijzijde, waarbij de neerslag afneemt en de lucht opwarmt. Dit kan leiden tot het fenomeen ‘föhn’, waarbij warme, droge lucht aan de lijzijde van de bergen stroomt, waardoor de wolken oplossen en de temperatuur stijgt. Kortom, de Alpenhoofdkam speelt een cruciale rol bij het bepalen van het weer in de Alpen, waarbij de windrichting en de geografische ligging bepalen welk deel van de regio neerslag ontvangt en welk deel droger blijft.

Inneralpine gebieden

De inneralpine gebieden verwijzen naar regio’s die zich bevinden in het binnenland van de Alpen, weg van de directe invloed van de kust en dus dicht bij de Alpenhoofdkam. Deze gebieden hebben over het algemeen een bergachtig terrein en zijn omgeven door hoge bergketens. Inneralpine regio’s zijn vaak gekenmerkt door een continentaal klimaat, met koude winters en warme zomers. Het voordeel voor de skigebieden die hier liggen, is dat ze profiteren van sneeuw uit alle richtingen. Tevens zijn deze gebieden minder gevoelig voor föhn. Oostenrijkse skigebieden zoals Sölden en Nauders en het Zwitserse Wallis zijn voorbeelden voor de inneralpine bestemmingen. Ook liggen veel gletsjergebieden in de Inneralpine Alpen.

Noord-Alpen: bekende skigebieden

Alle gebieden ten noorden van de Alpenhoofdkam liggen in de Noord-Alpen. Het grootste deel van Oostenrijk, grotendeels Zwitserland, Zuid-Duitsland en een heel klein stukje van Frankrijk behoren tot de Noord-Alpen. De Oostenrijkse provincies: Vorarlberg, Tirol, Salzburgerland en Steiermark behoren tot de noordelijke Alpen. Ook het grootste deel van de Zwitserse Alpen behoort tot dit deel, alleen het kanton Tessin en Südbunden worden tot de Zuid-Alpen gerekend. Welke skigebieden horen bij de Noord-Alpen? In de Noord-Alpen liggen veel skigebieden waar Nederlanders naartoe afreizen in de winter, onder andere:

Zuid-Alpen: bekende skigebieden

Tot de zuidkant van de Alpen behoort voornamelijk Italië, maar ook een deel van het zuiden van Oostenrijk en een stukje van Zwitserland en Frankrijk. De Oostenrijkse deelstaten Karinthië, Osttirol en Lungau vallen onder de Zuid-Alpen. Het Zwitserse Ticino en zuidelijkste deel van de Franse Alpen vallen ook onder de zuidkant van de Alpen. De Zuid-Alpen hebben te maken met de invloed van de Middelandse zee die voor relatief veel vocht zorgen. De zuidkant kent ook een noordföhn, welke optreedt bij noordelijke winden. Deze noordföhn is echter minder schadelijk voor de sneeuw dan de zuidföhn welke voorkomt aan de noordzijde. Welke skigebieden horen bij de Zuid-Alpen? Enkele skigebieden aan de zuidkant van de Alpen zijn:

West-Alpen: bekende skigebieden

In Frankrijk loopt de Alpenhoofdkam ook nog eens van noord naar zuid. Om die reden bestaat er ook een westkant van de Alpen. Dit zijn vooral de Franse skigebieden en een paar Zwitserse. In het weerbericht spreken we vaak over de westelijke noord- of zuidalpen. Zeg maar de Franse Noord-Alpen of de Franse Zuid-Alpen. De Franse Noord-Alpen (Haute Savoie, Savoie en Isère) krijgen de meeste sneeuw bij fronten uit het noordwesten. De Franse Zuid-Alpen (Hautes Alpes, Haute Provence en de Alpes Maritimes) krijgen de meeste sneeuw bij fronten uit het (zuid)westen. Welke skigebieden er horen bij de West-Alpen? Dat zijn onder andere deze:

Nieuwsalerts ontvangen?

Schrijf je in